Blauw

Een blauwtje lopen

Toen ik het thema Kleuren toevoegde aan mijn website, was ik benieuwd hoe kleuren in de natuur geëvolueerd zijn. Tijdens mijn zoektocht kwam ik diverse sites tegen die melden dat de kleur blauw in de natuur erg bijzonder is. Er zijn best wel wat dieren met een blauwe kleur, maar toch zijn er maar heel weinig met een blauw pigment. Hoe zit dat? Een sprong in het (blauwe) diepe!

Allereerst wat over licht en pigment.

Bij licht hebben we het over straling waarbij de frequentie waarneembaar is voor het menselijk oog. Blauw licht heeft een hogere frequentie dan rood licht. Het licht van de zon bestaat uit straling met alle mogelijke frequenties en tezamen noemen we dit wit licht. Pas als een zonnestraal gebroken wordt, bijvoorbeeld in regendruppels, zien we de individuele kleuren.

We noemen iets een pigment als het bepaalde kleuren van het lichtspectrum absorbeert en een gedeelte maar reflecteert. Als een pigment alle kleuren van de regenboog absorbeert behalve rood, dan noemen we dit pigment rood. Een belangrijke eigenschap van een pigment is dat het kleurvast is, in de zin dat het niet uitmaakt van welke kant je er naar kijkt. Zonder pigment is er geen kleur.

Alhoewel... er blijkt nog iets te zijn wat kleur geeft, namelijk optische illusies. We hebben het dan over structurele kleuren: hier bepaalt de vorm van iets welke kleur het krijgt. Natuurkundige principes als interferentie en breking spelen hierbij een rol. Een interessant filmpje is te vinden op YouTube. Bij voorwerpen/dieren die deze truc gebruiken is het vaak wel van belang van welke kant je er naar kijkt. De kleur verandert als je er van een andere kant naar kijkt. Een bekend voorbeeld is het parelmoereffect.

In de natuur spelen beide factoren een grote rol. Voor aardse, rode en gele kleuren kunnen dieren makkelijk pigment maken of opnemen door het te eten. Van dat laatste is de flamingo een bekend voorbeeld: de roze kleur heeft het niet van geboorte. Door het eten van krabbetjes en garnalen neemt het roze pigment op. Planten maken juist weer heel makkelijk het groene pigment aan.

Blauw

Als we naar de kleur blauw kijken, blijkt juist dat in het dierenrijk de kleur blauw bijna nooit van een pigment komt, maar van de microscopische structuur van het dier. Zo heeft de vlinder Morpho didius fel blauwe vleugels, maar heeft het geen blauw pigment. De blauwe kleur is het gevolg van de microscopische structuur van de vleugels: lichtstralen vallen in een labyrint van vertakkingen en breken op in alle kleuren van de regenboog. Door interferentie doven de kleuren uit. Behalve het blauwe deel van het spectrum. Door de precieze dimensies van het labyrint komen deze stralen er ongeschonden uit.

In de natuur zijn er veel vlinders met de kleur blauw, maar is er maar van één bekend dat het blauw pigment heeft. In het rijk van de gewervelden zijn er slechts twee vissen met een blauw pigment. Kennelijk is het evolutionair gezien makkelijker om blauw te krijgen met optische illusies, dan met pigmenten.

Nog één leuke wetenswaardigheid, nu over groen. Zoals gezegd maken planten makkelijk dit pigment aan. Voor dieren is dit juist weer moeilijk. En toch zijn er veel groene dieren. Veel hiervan maken gebruik van een combinatie van geel pigment en een blauwe structurele kleur. Samen levert het groen. Als het dier sterft breken de gele pigmenten snel af, waardoor het dier er blauw uit gaat zien.